maandag 9 december 2013

Erik of het klein insectenboek

Nederlands Opdracht Erik of het klein insectenboek


Godfried Boman
Godfried Jan Arnold Bomans (Den Haag, 2 maart 1913 – Bloemendaal, 22 december 1971) was een Nederlandse schrijver, columnist en mediapersoonlijkheid.
Bomans was vele jaren de meest gelezen schrijver van Nederland. Hij heeft meer dan 60 boeken en vele andere geschriften op zijn naam staan. Hij heeft tijdens zijn leven weinig officiële erkenning gekregen, in ieder geval niet in de vorm van een literaire prijs. De literaire kritiek weet nog altijd niet goed wat ze met hem aan moet.
Godfried Bomans werd bij het grote publiek vooral populair door zijn roman Erik of het klein insectenboek (tien drukken in het verschijningsjaar 1941) en na de Tweede Wereldoorlog met de strip Pa Pinkelman in de Volkskrant en weer wat later met zijn columns op de voorpagina van die krant, zijn stukken in Elsevier en zijn radio- en tv-optredens. In oktober 2000 schonk de weduwe van Godfried Bomans zijn archief aan het Nederlands Letterkundig Museum.

Jeugd
Godfried was een zoon van Johannes Bernardus Bomans (1885-1941) en Arnoldina Josephina Oswalda Reynart (1883-1955) en werd vernoemd naar zijn peetoom Godefridus (Frits) Keunen (1853-1914), die getrouwd was met een halfzuster van Bomans' moeder. In latere verhalen komt regelmatig een oom Frits voor. Godfrieds opa van vaders kant was de oud-directeur van het Haarlems Dagblad, Johannes Michiel Bomans.

Debuut
Bomans debuteerde in 1932, onder het pseudoniem Bernard Majorick, met Drijfjacht en Gebed voor Nederland. In datzelfde jaar schreef hij ook het historische toneelstuk Bloed en liefde, waarin zijn karakteristieke humor al duidelijk herkenbaar is.

Stijl
Bomans' werk is moeilijk onder één noemer te brengen, maar hij was zeker een groot stilist. Het werk heeft als kenmerk wendbaarheid, een groot gevoel voor humor en een onverslijtbare ironie. Bomans kon zowel zeer ernstig als zeer lichtvoetig schrijven.

Bron:

Lofrede
Erik was een behulpzame pientere jongen, die net iets meer dan gemiddeld afwist van insecten en andere kleine beesten met veel of juist helemaal geen pootjes. En wat ook redelijk bijzonder was is dat hij in een schilderij belandt en daar het hele insectenleven meemaakt. Van de nette, trotse maar o zo saaie wesp tot de glibberige enorme zichtloze regenworm die uiteindelijk in tien stukjes brabbelend ten ondergaat. Erik komt ze allemaal tegen en met allemaal heeft hij een ander fascinerend en lachwekkend gesprek. Uiteindelijk blijkt dat al weet je nog zo veel, zelfs al weet je precies wat een insect denkt en waarom de uitdrukking ‘’zolang er nog leven is, is er nog hoop’’ misschien wel al eeuwen lang verkeerd word opgevat, dat ze je dan toch niet geloven. Uiteindelijk haal je toch gewoon een onvoldoende voor je toets over insecten. Maar je weet nu wel heel goed dat als je teveel nadenkt je ontzettend in de knoop kan raken.

Keuzeopdracht C:

Erik liep al enkele dagen zonder eten door Wollewei. Hij miste het gezelschap en de gezelligheid van het slakkenhuis heel erg. Hij had er altijd wel iets te doen gehad, een vondelingetje hier, een praatje daar. Maar nu liep hij alleen door deze immense wereld. Hij kwam er achter hoe erg je je familie eigenlijk kon missen. Maar bovenal dat een avondje zonder chips in verhouding best meeviel. Hij had al dagen niet gegeten en was bijna door zijn watervoorraad heen. En tot overmaat van ramp kwam hij er achter dat hij deze scheef hangende paardenbloem met het spinrag aan een los hangend blaadje gister ook al was tegen gekomen. Hij had twee volle dagen besteed aan een rondje lopen. Moedeloos ging hij tegen de paardenbloem aan zitten. Hij was helemaal kapot. Hij miste het leuke gezelschap en hij miste het eten. Hij wist echt niet meer wat hij moest doen. Er was een zacht briesje, het half loshangende blaadje met het spinrag raakte los en dwarrelde naar beneden. Het belandde vlak voor Eriks voeten. Van woede schopte Erik er tegen aan en hoorde toen een stemmetje dat boos schreeuwde dat hij toch zeker ook niet tegen de jonge heer zijn huis aan trapte. Toen Erik wat beter keek zag hij dat er in de naad van het blaadje een klein groen beestje zat verscholen. “Sorry, meneer de bladluis”, stamelde Erik “ik wist niet dat dit uw huis was.” “Het is al goed” zei de kleine bladluis, die langzaam naar voren kwam lopen om Erik wat beter te kunnen zien. “Wie bent u als ik dat vragen mag, want zo’n bijzonder insect heb ik nog nooit gezien.” “Ik ben dan ook niet echt een insect”, zei Erik. “Ik ben een mens.” “Een mens”, zei de bladluis vol ongeloof. “Bent u dan net zoiets als de grote tweebenige reus die de schapen prikt met een stok?” Erik begreep dat het over de herder moest gaan en zei: “ja, ik ben van hetzelfde soort, maar dan wat kleiner.”  “Aha”, zei de bladluis, “zou u dan een keer tegen hem kunnen zeggen dat hij moet oppassen waar hij gaat staan met zijn enorme poten. Hij heeft namelijk al tot drie keer aan toe mijn onderkomen verpletterd.” “O wat spijtig”, zei Erik, “als ik hem te spreken krijg zal ik hem er op wijzen.” “Dat is zeer aardig van u meneer….?” “Pinksterblom”, zei Erik. “Aha, Pinksterblom.” Er viel een korte stilte. Toen vroeg Erik: “meneer, heeft u misschien wat te eten voor mij, ik heb namelijk al dagen niet gegeten.” “Eten?” vroeg de bladluis ongelovig. “Kijk eens om u heen beste meneer Pinksterblom. Er is eten in overvloed. Moet u maar kijken.” De bladluis scheurde een stukje van het blad, verpulverde het tussen zijn kleine pootjes en stopte het in zijn mond. “Kijk, zo simpel is dat”, zei hij al kauwend. Erik keek hier van op, dit had hij nog niet bedacht. Een groot deel van de dingen om hem heen was gewoon eetbaar. Zich hier over verbazende bedankte hij de bladluis voor zijn goede raad en liep rustig en tevreden verder.

donderdag 5 december 2013

De Baltimorse straten _ Gram Parsons

Dus ik verkocht de boerderij zodat wij konden gaan waar mijn vrouw wilde zijn.
Onze familie en vrienden lieten wij daar in Tennessee.
Wij ruilden ze in voor de twee enkeltjes waar ze mij zo vaak om vroeg.
En zo kwamen wij in de Baltimorse straten.

Dus zij was vervuld van vreugden toen zij die lichten zag.
Volgens haar was Baltimore in nacht de mooiste plek op aarde.
Een man die zijn vrouw geeft waar zij om smeekte is een trotse man.
En ook ik begon de pracht van de Baltimorse straten te zien.

Ik was de baas over een oude machine in een fabriek waar ik een baantje had.
Ik vond mijzelf een rustige buurt waar ik ons een huisje kocht.
En elke avond nam zij mij mee naar de straten van Baltimore al deden al mijn spieren noch zo'n zeer.

Dus ik heb mijn best gedaan om haar terug te krijgen
Maar ik was haar kwijt aan de lichten van Baltimore
Dus nu koop ik een enkeltje voor de trein waarmee ik haar zo gelukkig maakte
Terwijl mijn baby de Baltimorse straten ontdekt
Terwijl mijn baby de straten van Baltimore ontdekt


(Dirk Zegwaard)

donderdag 10 oktober 2013


Zakelijke gegevens:
Auteur:  Wolfgang Herrndorf
Titel: Tsjik
Jaar van uitgifte: Duitsland 2010, Nederland 2011
Aantal pagina’s: 255
Uitgeverij: Cossee Amsterdam

Gegevens auteur:

http://polpix.sueddeutsche.com/bild/1.1756267.1377667659/900x600/wolfgang-herrndorf.jpgWolfgang Herrndorf (Hamburg, 1965 - 2013) heeft gestudeerd aan de Academie voor Beeldende Kunst en werd bekend als striptekenaar. Zijn eerste roman was In Plüschgewittern en verscheen in 2002, gevolgd door een verhalenbundel die in 2008 met de Deutsche Erzählpreis bekroond werd. Tschick 2010 (Tsjik 2011) stond ruim een jaar op de Duitse bestsellerlijst, is onderscheiden met de Clemens Brentano Preis 2011, verscheen in meer dan vijftien talen en werd in Nederland genomineerd voor de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs 2012. Wolfgang Herrndorf had een hersentumor en beroofde zich om die reden in 2013 van het leven.

 

Recentie (de Volkskrant):
Crossen in een Lada 5

'Dit boek is als een roadmovie, maar dan beter', schreef vorig najaar de Süddeutsche Zeitung over Tschick van Wolfgang Herrndorf.

Deze hilarische roman, over twee Berlijnse tieners die met een gestolen auto door Oost-Duitsland crossen, is om twee redenen opmerkelijk. Herrndorf, dertig jaar ouder dan zijn jeugdige hoofdpersonen, heeft zich opvallend goed verplaatst in hun denkwereld en taal.

Maik Klingenberg, de 14-jarige zoon van een vrijwel failliete makelaar en een aan alcohol verslaafde moeder, is de ik-verteller. 'Over alles praten. En schijt aan de mensen', heeft zijn moeder hem geleerd. Hij vertelt er ongegeneerd op los, waarbij zijn laconieke toon contrasteert met het beeld dat hij van zichzelf schildert: een 'saaie lul' en een 'lafaard'.

De tweede hoofdpersoon is Tsjik, een Russische immigrant van 15 jaar die plots opduikt in Maiks klas, waar hij met de nek wordt aangekeken. Hij is asociaal, arm en stinkt naar drank. Aan het begin van de zomervakantie komt hij met een oude, 'geleende' Lada aanrijden en haalt Maik, eenzaam in de ouderlijke villa, over om met hem naar Walachije te gaan. Op goed geluk beginnen ze aan hun reis, waarbij ze op de meest onmogelijke plekken belanden en tweemaal verongelukken.

Als de autotocht na het tweede ongeluk eindigt en beiden voor de rechter moeten verschijnen, zijn Maik en Tsjik geen eenzame tieners meer uit verschillende werelden. Ze zijn vrienden geworden die het voor elkaar opnemen. 

Het slot is even dwaas als ontroerend. Maik en zijn dronken moeder zitten hand-in-hand op de bodem van hun zwembad, waar ze kort tevoren het meubilair uit de villa in hebben gekieperd.  Maik denkt 'dat het een te gekke zomer was geweest, de beste zomer ooit'.

(Recensie door Jan Luijten, gepubliceerd op 04-02-2012)

 
Films en foto’s:
Autoreis


Beste vrienden


Plot:
Het boek Tsjik gaat over een jongen Maik. Geen vrienden, moeder in een ontwenningskliniek en vader op zakenreis met zijn ‘assistente’. Zo ziet het dagelijkse leven van Maik er uit. Het loopt tegen de zomervakantie en Maik heeft zich al voorbereid op een lange saaie vakantie. Maar dan komt opeens Andrej Tsjichatsjov, die zich Tsjik noemt, in zijn klas. Als de zomervakantie is begonnen komt Tsjik aanrijden met een ´geleende´ Lada. Hij weet Maik over te halen om mee te gaan op een reis naar Walachije en op goed geluk rijden ze door Duitsland. Op hun reis beleven ze van alles. Ze verongelukken twee keer, ontmoeten veel mensen en maken ook veel vijanden.  Bij hun laatste ongeluk belanden ze op de kop aan de onderkant van een helling, ze belanden alle twee in het ziekenhuis waarnaar ze voor de rechter moeten verschijnen. Tsjik wordt in een jeugdinrichting geplaatst en Maik gaat terug naar huis. Hij heeft de zomer van zijn leven gehad.

Opvallend:
Ik vond het in de eerste plaats heel opvallend dat het verhaal zo goed verteld wordt. Je kan alles heel goed voor je zien, terwijl de schrijver het niet heel uitgebreid uitlegt en dat vind ik heel fijn lezen. Hierdoor kan je je helemaal inleven in alle twee de hoofdpersonen. Ook vind ik het opvallend dat het helemaal niet een heel bijzonder verhaal is. Natuurlijk is het een beetje apart als twee tieners kriskras door Duitsland rijden, maar het is niet heel speciaal. En toch is het een ontzettend leuk en grappig verhaal om te lezen. Ik heb een paar keer helemaal dubbel gelegen van het lachen. Wat ik ook wel apart vond is dat het boek eigenlijk begint aan het eind. En vervolgens ga je kijken hoe ze daar in vredesnaam beland zijn. Als je begint met lezen is het in het begin een beetje vaag, maar later ga je het begrijpen en dan geeft het toch wel een hele leuke draai aan het verhaal.

Nieuw einde:
Toen ik bij het secretariaat aankwam was daar geen brief maar een meisje. Een klein, net gekleed meisje. En toen pas zag ik het: het was Isa. “Isa!” riep ik stomverbaasd uit, “wat doe jij hier?!” “Ik had geen plek om te slapen en ik had geen zin om nog vijftig jaar te wachten” zei ze lachend. “Dus ik dacht misschien kan ik wel een tijdje bij Maik blijven slapen.” ” Tuurlijk kan dat” riep ik vol vreugde uit terwijl ik haar stevig omhelsde. Die middag liepen we samen naar huis. Ik vertelde haar alles wat er was gebeurd nadat ze ons had verlaten om haar zus op te zoeken en zij vertelde mij alles over haar zus en hoe leuk het daar was, maar dat ze er jammer genoeg niet kon blijven wonen wegens omstandig heden. Helaas moest ik haar ook vertellen over Tsjik die nu in een jeugdinrichting zat. Daar was ze even verdrietig over, maar even later riep ze al vrolijk dat hij er over een paar jaar al weer uit zou komen en dat we dan met zijn drieën weer een reis gingen maken, maar nu over de hele wereld. Ik was blij dat Isa er weer was en dat ze er nog heel lang zou zijn ook.

 

 

 

zondag 1 september 2013

Leesautobiografie


Leesautobiografie van Dirk Zegwaard

 
Toen ik heel klein was heb ik natuurlijk veel prenten boeken gezien, zoals Dikkie Dik, maar die laat ik nu even weg en concentreer mij even op de echte boeken.

Toen ik klein was ben ik al veel voor gelezen. In het begin vooral boeken van Annie M.G. Schmidt, met boeken als Pluk van de Petteflat en Otje. Maar snel daarna kwam Paul Biegel, van wie we heel veel geweldige boeken hebben gelezen, zoals Kleine Kapitein en De rover Hoepsika. Maar we hebben ook boeken gelezen van schrijvers als Thijs Goverde, Tonke Dragt, Hanna Kraan en Thea Beckman en nog veel meer. 

Toen was er een tijd dat ik te oud was om nog voor gelezen te worden, maar dat ik ook zelf weinig las. Ik ben namelijk dyslectisch en dat zorgde er lange tijd voor dat ik lezen niet leuk vond, het ging langzaam en ik kon me slecht concentreren op het verhaal.

Maar een jaar later begon ik met de Harry Potter-serie van J.K. Rowling en daar had ik heel veel plezier in. Het duurde een eeuwigheid voordat al die zeven delen uit waren, maar het heeft mij heel erg geholpen om te beginnen met echte boeken te lezen.

In het begin was ik niet echt kieskeurig in mijn keuze in boeken. Ik las veel verschillende boeken. Van Torak en Wolf van Michelle Paver tot Meester van de zwarte molen van Otfried Preussler. Ik begon steeds meer plezier te krijgen in het lezen en wonder boven wonder ging het ook steeds sneller.  

Later kwam ik er wel achter dat ik het meer op de boeken had die echt gebeurd konden zijn, zoals Gladiator van Simon Scarrow en Tsjik van Wollfgang Herrndof. Ik heb nu echt plezier in lezen, al gaat het nog steeds een stuk langzamer dan bij de meeste kinderen. Ik lees vooral op vakanties want in normale weken heb ik er meestal geen tijd voor. 

Al met al heb ik heel wat boeken gelezen en ik weet zeker dat de lijst die volgt nog niet eens de helft is van alles, ik ben namelijk heel veel boeken vergeten. Ook weet ik zeker dat er nog een boel bij gaan komen.
 

 

Voorgelezen:
 

Annie M. G. Schmidt:

Pluk van de Petteflat

Floddertje

Otje 

Hanna Kraan:
Verhalen van de boze heks
Krik
Krik in de winter 

Paul Biegel:
De kleine kapitein
- De kleine kapitein
- Het land van waan en wijs
- De schat van schrik en vreze

De dwergjes van Tuil

Ik wou dat ik anders was

De tuinen van Dorr

Juttertje Tim

Het sleutelkruid

De rover Hoepsika

De zeven veren van de papegaai 

Thijs Goverde:
De ongelooflijke Leonardo
Wraak van de meesterdief  

Tonke Dragt:
Brief voor de koning
Geheimen van het wilde woud 

Kruistocht in spijkerbroek (Thea Beckman) 

GVR (Roald Dahl) 

Rasmus en de landloper (Astrid Lindgren) 

Sterke Wanja (Otfried Preussler)
 
De bende van rode Zora (Kurt Held) 

Levende Bezems (Lisa Tetzner)

 

 

 

Gelezen:
 

Harry Potter (7 delen) (J.K. Rowling) 

Torak en Wolf (6 delen) (Michelle Paver)

Gaten (Sachar) 

Leeuwen jongen (Zizou Corder) 

Boris (Jaap ter Haar) 

Meester van de zwarte molen (Otfried Preussler) 

Oorlogsgeheimen (Jacques Vriens) 

Het Maya mysterie (James Rollins) 

De grijze jager (3 delen) (John Flanagan) 

De Hongerspelen (Suzanne Collins) 

Gladiator (3 delen) (Simon Scarrow) 

Complot 365 (13 delen) (Gabrielle Lord) 

Erebos (U. Poznanski) 

Dagboek van een halve indiaan (Sherman Alexie) 

Mark Haddon:
Boem
Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht  

Tsjik (Wollfgang Herrndof) 

De 100 jarige man die uit het raam klom en verdween (Jonas Jonasson)

Jamarachs Menagerie (Carol Birch)