maandag 5 mei 2014

De Verdronkenen

Vraag 1 Het boek 'De verdronkene' heeft twee motto’s.
1.       Het is alsof de tijd niet meer recht voor ons uitloopt, in een vervagende lijn, maar als
een bochtige draad parallel tussen ons in.
( William Faulkner, Uit: “Terwijl ik op sterven lag”)

2.       Es bellen die Hunde, es rasseln die Ketten, Die Menschen schlafen in ihren Betten
(Wilhelm Müller/Frans Schubert, Uit: “Winterreise”)

a.      Breng het eerste motto in verband met het boek.
Je zou het verband kunnen leggen tussen dit motto en de manier waarop het boek verteld is, het boek gaat voortdurend heen en weer tussen Lidy en Armanda en daar zit een groot tijdverschil in.
Het zou ook kunnen verwijzen naar het feit dat Armanda het gevoel heeft dat zij de plaats van Lidy moet innemen.

b.      Leg vervolgens een verbinding tussen het tweede motto en het boek.
Dit motto verwijst naar het feit dat hoewel er een enorme ramp nadert haast niemand zich hier wat van aan trekt. Iedereen denk dat het wel los zal lopen dus gaan ze gewoon slapen.

Vraag 2 'De verdronkene' is opgebouwd als een klassiek drama in vijf delen. Ook de
klaagliederen waaruit de predikant citeert tijdens de rouwdienst van Lidy, bestaan uit
vijf liederen.

Klaaglied 1: Het bittere lot van de stad Jeruzalem, rouw om de eenzame, troosteloze en
verwoeste stad.

a.      Geef aan hoe al in deel 1 ‘Het weekenduitstapje’ het bittere lot wordt geschetst
dat zich voltrekt voor Lidy, Armanda en de provincie Zeeland?
De verteller en de lezer weten al wat er staat te gebeuren maar de hoofdpersonen nog niet. Je hebt als lezer dus al een goed idee van wat er staat te gebeuren en weet ook dat het haast niet goed kan aflopen.

b.      In hoeverre kun je de ontkenning van Armanda dat zij Lidy heeft aangespoord
            naar Zeeland te gaan, zien als een vorm van verraad?
Ze liegt en dat doet ze omdat ze zich schuldig voelt, schuldig over het feit dat ze jaloers was op het leven van Lidy. En omdat ze het zich eigenlijk zelf aanrekent dat Lidy dood is, als zij niet zo had gezeurd dan leefde haar zus nu nog.

Vraag 3 Klaaglied 2: Woede, overzicht van de verwoesting en de kwade reactie hierop.

a.      Hoe uit zich de wanhoop en rouw om het bittere lot van Lidy bij haar man
            Sjoerd?
Hij ziet zijn wereld instorten en zoekt iemand om op te steunen. Die iemand is Armanda, maar als hij zijn wereld weer op orde heeft ziet hij dat Armanda niet de gene is waar hij lang en gelukkig mee gaat leven dus verlaat hij haar.

b.      Welke reactie herken je bij de visite op de verjaardag van Armanda’s moeder?
De reactie van de oom van Armanda. Hij vindt het belachelijk dat er daar zo nonchalant met de omstandigheden is omgegaan. Als ze daar beter hadden opgelet en beter hadden geluisterd leefde zijn kleine nichtje misschien nog wel.
Ik vind het ook heel gek dat er zo weinig actie werd ondernomen, het was redelijk duidelijk dat het water gevaarlijk hoog zou komen, hoger dan het ooit had gestaan. En toch deed niemand wat.


Vraag 4 Wat een bevrijding zou moeten zijn, wordt een keurslijf. Als ze samen trouwfoto’s
bekijken, merkt Armanda’s moeder op dat de opgewektheid haar dochter heeft verlaten.

Waaruit bestaat Armanda’s keurslijf?
Armanda’s keurslijf bestaat uit het Lidy willen zijn. Ze denkt dat ze het leven van haar zus moet overnemen, omdat zij zich deels schuldig voelt over de dood van haar zus. Ze voelt zich dus niet haar zelf.


Vraag 5 Klaaglied 5: Aanvaarding, afsluitende smeekbede om herstel; gebed om mededogen.

Interpreteer het ‘Responsorium’, waarbij je je laat inspireren door enkele regels uit het
motto dat hieraan voorafgaat: “Drijft nu de stroom van mijn gedachten / Door ’t ledige
ruim van mijn geest / Ze ontmoeten geen tegenstand meer.”
Het verwijst naar de laatste momenten van Lidy die weet dat ze nooit meer thuis zal komen. Maar ook naar de laatste periode van Armada’s leven waar ze geaccepteerd heeft dat haar leven er uit ziet zoals het er uitziet.

RECENSIEOPDRACHT: lees eerst de bijgevoegde recensie goed door.

a.       Hoe denkt de recensent(e) over het boek “De verdronkene”?
Arjan Peters vindt het een op een aparte manier geschreven en verteld boek, maar wel een mooie aparte manier. ‘’Er hoeft maar dát te gebeuren, of de grond onder je voeten verandert in een moeras. Vaste grond bestaat niet’’.

b.      Met welke argumenten ondersteunt hij(zij) zijn(haar) standpunt?
‘’Er hoeft maar dát te gebeuren, of de grond onder je voeten verandert in een moeras. Vaste grond bestaat niet’’

c.       Vergelijk jouw mening met die van de recensent(e).
Noteer verschillen en overeenkomsten.
Ik vind ook dat het boek op een aparte manier is beschreven, maar het was voor mij soms te langdradig om lekker te kunnen lezen. Ik vond het wel een mooi en interessant verhaal, ook dacht ik dat het verhaal een redelijk goed beeld gaf van hoe het er echt aan toe moet zijn gegaan. Dus al met al een mooi boek maar soms een beetje saai.




Keuzenopdrachten:

K1       “Alsem en vergif! zolang de ziel dit gedenkt, buigt ze zich neder in mij!” of “Vaak denk
ik aan die bitterheid en het lijden. Ik zal deze vreselijke jaren nooit meer vergeten: mijn
ziel zal altijd in de diepste droefheid blijven leven”
Hoe zijn onderstaande thema’s uit de “Klaagliederen” herhaald, bewerkt en toegesneden op het speciale geval van “De verdronkene”?

a.      Het bittere lot en de verwoesting
De overstroming in Zeeland verwoest een landschap, maar ook verwoest het vele levens van mens en dier. En niet alleen het leven van velen Zeelanders verandert voor altijd, maar ook het leven van mensen die familie en vrienden daar hebben. Als voorbeeld Lidy en haar familie: Lidy sterft door de overstroming en dit heeft grote gevolgen voor haar familie en in het bijzonder voor haar zus Armanda.

b.      Wanhoop en rouw
Als de familie van Lidy het vreselijke nieuws hoort over de enorme overstroming slaat de wanhoop toe: leeft ze nog of niet? Na een paar dagen wordt het duidelijk dat ze waarschijnlijk dood is en dan komt er een periode van rouw.

c.       Het verraad met een diep gevoelde schuld en schaamte
Armanda heeft het gevoel dat het haar schuld is en dat zij Lidy en haar familie heeft verraden.

d.      Het vertrouwen en de aanvaarding
      Armanda vertrouwt Sjoerd in hun relatie wat later onterecht blijkt te zijn.
De familie en vrienden aanvaarden dat Lidy dood is, ze moeten verder leven.


K2       Bedenk vier andere goede titels voor het boek.
Ga daarbij als volgt te werk:

a.      Bedenk eerst waaraan een goede titel moet voldoen.
Het moet je nieuwsgierig maken en je aansporen om het boek te gaan lezen. Ook moet het natuurlijk te maken hebben met het boek.

b.      Noteer de vier titel.
-          Iemand anders’ leven
-          75 jaar in 36 uur
-          Een nieuw leven
-          1953

c.       Leg voor elke titel uit waarom die goed bij het boek past
Breng die titels dus steeds in verband met het thema en motieven van het boek.
-          Iemand anders’ leven:
Als Lidy dood is neemt Armanda het leven van haar zus in, op wie ze eigenlijk altijd jaloers is geweest.

-          75 jaar in 36 uur:
Het boek is verdeeld in twee verhalen, dat van Lidy in Zeeland en dat van Armanda in Amsterdam. Je gaat steeds heen en weer tussen deze twee verhalen. Het verhaal van Lidy duurt 36 uur, dat van Armanda duurt 75 jaar.

-          Een nieuw leven:
Als Lidy dood is neemt Armanda het leven van haar oudere zus over. Dit is lang niet altijd leuk en makkelijk maar zij vindt dat ze het moet doen.

-          1953:
In 1953 was de grote watersnoodramp in Zeeland.


K3       Ga op zoek naar twee gedichten die goed passen bij het boek.

a.      Neem deze gedichten op in je verslag.



Herdenking stormvloed 1953

eindeloze rijen geesten van boer en gezin
 trekken via een beeldscherm aan onze ogen voorbij
 opnieuw storten duizenden huizen en boerderijen in
 drijven koeien en paarden ondersteboven over hun wei
weer welt het oude verdriet in mij op
als ik denk aan die klauwende kinderhand
 en zie ik die angst in de ogen van een koeienkop
 wanneer heel de kudde door de zee wordt overmand
hoor ik klagend gehinnik van een paard in nood
voel ik water dat voortraast door straten
 schreeuwt één nieuw leven temidden van dood
 weet ik dat nog steeds mensen vechten tegen dijken vol gaten



De ramp!

Doorbrekende dijken
Onder druk van woeste golven
Mensen vrezend voor hun leven
Huizen door water verzwolgen

Bij velen nog vers in het geheugen
Hoe wind en water toesloegen
Golven dreunend tegen muren
En hierdoor mensen verjoegen

Een terugblik in de tijd
Naar het meedogenloze water
Vele mensen verloren de strijd
Daarom deze herdenking, 50 jaar later


(ik heb dit geschreven naar aanleiding van de Watersnoodramp op 1 februari 1953.. ik woon in het dorp dat het meest getroffen is!)


- adelief -


b.      Zeg in eigen woorden wat er in de gedichten staat.
Herdenking stormvloed 1953: iemand die terugkijkt naar wat die gene heeft meegemaakt  doet zijn verhaal in een gedicht, een gedicht over de vele levens die op brute wijzen zijn genomen door de zee.

De ramp!: iemand die de ramp zelf niet heeft meegemaakt maar wel de enorme gevolgen ervan heeft mee gekregen laat met een gedicht zien hoe belangrijke de jaarlijkse herdenking is.

c.       Noteer zeker vijf overeenkomsten tussen het gedicht en het boek.
-          Het laat duidelijk zien hoe erg het moet zijn geweest.
-          Het maakt goed duidelijk dat de jaarlijkse herdenking toch heel belangrijk is.
-          Je ziet dat er ontzettend veel mensen op een meedogenloze manier het leven lieten.
-          Dat het voor veel mensen nog steeds invloed heeft op het dagelijks leven en dat het nog vers in het geheugen staat.
-          Dat we er alles aan moeten doen om een zelfde soort ramp koste wat het kost te voorkomen.