vrijdag 19 juni 2015

PAAZ  

Auteur:

Myrthe van der Meer is een pseudoniem, het dus niet bekent wat de echte naam is van de auteur van PAAZ. Het is wel bekent dat ze geboren is in 1983 in Den Bosch.
Myrthe van der Meer werkte als redacteur bij een grote uitgeverij, tot ze een burn-out kreeg en zwaar depressief vijf maanden op de PAAZ belandde, de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis. PAAZ is haar verhaal.


Zakelijke informatie:

BLZ:                                 352 pagina's
Uitgever:                           The House of Books
Datum:                              oktober 2012
Auteur:                              Myrthe van der Meer
Taal:                                  Nederlands
Afmetingen:                      30x209x141 mm
Gewicht:                            470,00 gram
Druk:                                 1
ISBN10:                             9044336673
ISBN13:                             9789044336672
Product breedte:                 125 mm
Product hoogte:                  26 mm
Product lengte:                   252 mm

Recensies:


Recensie 1:
28/08/2013
RECENSIE | MYRTHE VAN DER MEER — PAAZ
Het autobiografische boek PAAZ (2012) van Myrthe van der Meer wordt aangekondigd als een ‘psychiatrische roman’. Met het genre psychologische roman ben ik bekend, maar van de psychiatrische variant had ik niet eerder gehoord. Ik zie het maar als een komische knipoog van de schrijfster. De roman speelt zich namelijk af op de psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis (paaz) en – dat zou je misschien niet verwachten – er zit behoorlijk wat humor in.
Het verhaal gaat over Emma die een succesvol leven leidt, maar ondertussen zo uitgeput is geraakt door haar depressieve stoornis, dat ze moet opgenomen worden in een psychiatrisch ziekenhuis. Schuld en schaamte overvallen haar en bovendien ziet ze het probleem van haar suïcidegedachten niet in. Op de afdeling wordt ze geconfronteerd met de dagelijkse gang van zaken: steeds wisselende medicatie, behandelgroepen, patiënten die komen en gaan en rivaliserend personeel. Emma, die zich aanvankelijk alleen maar verschrikkelijk moe voelt, vindt houvast in het maken van legpuzzels. Na ruim vijf maanden therapie en vele ervaringen rijker mag Emma de paaz verlaten.
In PAAZ is een ik-verteller aan het woord die alles registreert om zo vat te krijgen op de wereld om haar heen en, belangrijker nog, om een antwoord te krijgen op de vraag: waarom ben ik hier opgenomen? Dit resulteert in scherpe observaties. Ik vind het bijzonder knap dat Van der Meer zo nauwkeurig heeft beschreven wat er met haar gebeurde. Ze vertelt niet alleen hoe alles er op een psychiatrische afdeling aan toegaat, maar kan ook heel goed verwoorden hoe ze zichzelf destijds voelde. Sommige situaties die beschreven worden zijn ronduit frustrerend, maar vaak genoeg voert humor de boventoon.
Van der Meer’s verteltrant is luchtig en het boek is verdeeld in korte hoofdstukjes. Dat maakt dat PAAZ gemakkelijk leest. Soms miste ik wel structuur in de roman en er zat mijns inziens te veel herhaling in het boek. Dat neemt niet weg dat PAAZecht een aanrader is. Zeker voor mensen die werkzaam zijn in de psychiatrie of anderzins te maken hebben met depressieve mensen, al was het alleen al om te lezen hoe een psychiatrische patiënt zo’n opname kan ervaren.
Emma krijgt steeds meer inzicht in haar eigen toestand en in haar persoonlijke geschiedenis. Na de verwarring en bangheid van de eerste tijd wordt duidelijk dat er ook mooie momenten kunnen zijn op de paaz. Er ontstaan zelfs bijzondere vriendschappen die hoop geven voor de toekomst. PAAZ is een heftig boek: pijnlijk, ontroerend én bij vlagen hilarisch.

Inge

Recensie 2:
Openhartig en met humor schetst Van der Meer hoe het toegaat op een gesloten afdeling
Ranne Hovius 5 januari 2013, 00:00
'Huilen psychisch lijden?' vraagt Emma verbaasd in het autobiografische Paaz - een psychiatrische roman van Myrthe van der Meer (pseudoniem, 1983). 'Huilen is normaal, dat doe ik al zo ongeveer mijn hele leven.' Wanneer de 26-jarige Emma wordt opgenomen op de psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis (paaz), vindt ze eigenlijk dat er een hoop drukte om niets wordt gemaakt. Ze heeft familie, een geweldige vriend, een leuke baan, een nooit aflatend gevoel voor humor, en ja, natuurlijk, ze heeft ook wel erg heftige huilbuien en concrete plannen een einde aan haar leven te maken, maar kom op, wil diep van binnen niet iedereen eigenlijk liever dood?

Hoe ziek ze is, leert ze in de vijf heftige maanden op de gesloten afdeling. Paaz is het met humor geschreven, openhartige relaas van deze periode. Traumatische jeugdervaringen, voorzichtige vriendschappen, het verlies van mede-patiënten die naar huis mogen en dan zelfmoord plegen, schaarse contacten met psychiaters die resulteren in steeds weer nieuwe pillen en diagnoses en, ten slotte, het geleidelijk herwinnen van de nodige levenszin om weer op eigen benen verder te kunnen.

Behalve een persoonlijke geschiedenis, is Paaz een schets van het reilen en zeilen van een gesloten afdeling voor psychiatrische patiënten. Hoe het is om gehoor te vinden bij behandelaars, om de veiligheid van een beschermende omgeving te ervaren, om met psychiaters geconfronteerd te worden die toegeven het allemaal ook niet precies te weten.

Inrichtingen kennen nog problemen te over, maar de sfeer waarin naar oplossingen wordt gezocht, is in de loop der decennia aanzienlijk verbeterd. Ook dat laat dit document goed zien.


Mening

Ik vind PAAZ van Myrthe van der Meer een prachtig boek. Hoe je alles door de ogen van Emma ziet en je hierdoor enorm in gaat leven in Emma werkt heel goed voor dit boek. Emma heeft zulke sterke en voor de meeste mensen vreemde gevoelens dat het cruciaal is om deze gevoelens goed over te brengen bij de lezer. Myrthe van der Meer doet dit geweldig, zo een gebeurtenis doormaken en er weer helemaal boven op komen is een ding, het vervolgens op papier zetten en overbrengen aan de lezer is minstens zo lastig. Het is haar echter geweldig gelukt, het is intrigerend en opzienbarend om te zien hoe iemand met zo een heftige depressie en minderwaardigheid complex denkt en handelt in een groep. Het is heftig om te zien hoe zo iets je hele leven door de war gooit.
Ondanks het treurige en heftige verhaal van dit boek is het toch ook leuk om te lezen, het is ook een leuk boek, naast dat het hoofdzakelijk een mooi boek is. Dit komt door de humor die er vrij veel in zit. Dit komt doordat Emma een gevoel voor humor heeft en waarschijnlijk de schrijfster ook.
Ik vond het al met al een interessant, mooi en ook leuk boek om te lezen. Myrthe van der Meer heeft recent haar tweede boek uitgegeven genaamd UP, ik ben zeker van plan om deze ook te gaan lezen.

Gedicht

Pijn Stiller
Pijn zit op de fiets.
Pijn wil naar huis, daar is het lekker warm.
Pijn wil in bad.
Pijn zet zijn fiets tegen het huis.
Pijn doet de deur open.
Pijn zet de verwarming op 25: heerlijk!
Hij zet de warme badkraan aan.
Pijn kleedt zich uit.
Pijn gaat zitten: lekker.
Hij dommelt weg.
Pijn vergeet zichzelf.
Hij gaat er uit.
Pijn droogt zich af.
Pijn trekt zijn pyjama aan.
Pijn neemt een pil in.
Pijn gaat naar bed.
Hij valt in slaap.
Pijn bestaat niet meer.
© Jan de Bas
Gepubliceerd in 'De Linker Wang'
(november 2007)

Dit gedicht gaat over een persoon die verzwolgen wordt door zijn eigen pijn, zijn plaats is ingenomen door de pijn, hij is de pijn.




Parfum 


Auteur:

Patrick Süskind is geboren op 26 maart 1949 te Ambach in Duitsland. Zijn vader, Wilhelm Emanuel Süskind, was een bekend journalist en schrijver. Zijn moeder was een sport trainer, zijn oudere broer, Martin E. Süskind werd net als zijn vader ook journalist.
Patrick Süskind studeerde middeleeuwse en moderne geschiedenis aan de universiteit van Munich maar heeft nooit afgestudeerd. Gesponsord door zijn ouders verhuisde Süskind naar Parijs waar hij verschillende niet gepubliceerde fictie werken schreef.
In 1981, brak hij door met zijn toneelstuk Der Kontrabaß. Het werd meer de 500 keer opgevoerd. Ook als film schrijver werd hij bekent, hij won in 1996 de ‘’Screenplay’’ prijs.
Het bekendst werd hij echter door het schrijven van boeken. Zijn bekenste werk is Parfum, dit werk is verfilmd in 2006.
Tegenwoordig is het onduidelijk waar Süskind leeft, hij geeft nooit interviews en staat geen fotoss toe. Men zegt dat hij weer in Parijs woont.

Zakelijke informatie:

Auteur:                         Patrick Süskind
Blz.:                              255 pagina's
Uitgever:                       Prometheus
Datum:                          augustus 2006
Overige betrokkenen:   Ronald Jonkers
Taal:                              Nederlands
Oorspronkelijke titel:    Das Parfum Die Geschichte Eines Mörders
Afmetingen:                  24x200x125 mm
Gewicht:                        328,00 gram
Druk:                              48
ISBN10:                         9044608789
ISBN13:                         9789044608786
Product breedte:            125 mm
Product hoogte:              24 mm
Product lengte:               200 mm


Recensies:

Recensie 1:
Patrick Süskind – Het Parfum: een verhaal waar een luchtje aan zit
door Vivian op 01 april 2013    2 reacties
Het ParfumJean-Baptiste Grenouille wordt geboren achter een stinkende Parijse vismarkt en is al meteen na zijn geboorte wees. Liefde krijgt en kent hij niet en niemand besteedt aandacht aan hem. Toch is hij op één manier uniek en bijzonder: hij beschikt over een abnormaal sterke reukzin.
Onverwachte overlever
Dit boek vertelt het levensverhaal van de buitengewone jongen Jean-Baptiste Grenouille – en ook van degenen die zijn pad kruisen. De alwetende verteller wisselt in het vertelperspectief tussen verschillende personages, waardoor het verhaal en de context een paar mooie lagen van diepgang krijgen, die op den duur ook des te meer vragen oproepen. Het verhaal begint met de geboorte van Grenouille als de zoon van een vrouw die alleen maar doodgeboren kinderen kreeg en hem ook voor dood houdt, waarvoor ze met haar leven moet betalen. Grenouille wordt verkast van plek naar plek, krijgt aandacht noch liefde en leert zichzelf te overleven in het harde Parijse leven van de achttiende eeuw. Hij is een onverwachte en onafhankelijke overlever.
Erg bijzonder lijkt Grenouille zo op het eerste gezicht niet voor de mensen die hem ontmoeten. Maar, zo zullen ze al snel ontdekken, dat is hij wel degelijk: zijn wonderbaarlijk sterke reukzin voor werkelijk alle geuren onderscheidt hem van de menigte. Hoe dat kan, is een mysterie dat de lezer zelf moet ontrafelen, maar het zou best eens iets te maken kunnen hebben met het feit dat hij geen eigen geur heeft…
Het parfum dat de wereld moet veroveren
Grenouille groeit op in Parijs, waar hij alle geuren van de stad leert kennen en zich door zijn neus laat leiden in alles wat hij doet, ook in zijn werk bij de voormalig aan de top staande parfumeur Baldini. Maar wanneer Grenouille zijn eigen geurloosheid ontdekt, besluit hij dat het per direct zijn levenswerk moet worden om een geweldige, hartstochtelijk fantastische geur te creëren die de hele wereld kan veroveren, die zijn lichaamsgeur kan worden en ervoor kan zorgen dat iedereen hem onmiddellijk liefheeft. En wat doe je als je dat wilt bereiken? Juist… je gaat jonge, bloedmooie maagden vermoorden om hun geur te verkrijgen.
Hij opende knipperend zijn ogen en zag hoe de monsieur in de spiegel hem toeknipperde en hoe een klein glimlachje om zijn karmozijnrode lippen speelde, precies alsof hij hem duidelijk wilde maken dat hij hem niet totaal onsympathiek vond. En ook Grenouille vond dat de monsieur in de spiegel, deze als mens verklede, gemaskerde, geurloze gedaante zo gek nog niet was; het scheen hem tenminste toe alsof hij – als je zijn masker maar vervolmaakte – een uitwerking op de buitenwereld kon hebben, zoals hij, Grenouille, zichzelf nooit had toevertrouwd. Hij knikte de gedaante toe en zag dat hij, terwijl hij terugknikte, steeds zijn neusgaten opensperde…
Intrigerende levensweg
Ik wilde dit boek graag lezen omdat het beschreven wordt als ‘’dé Duitse historische roman.’’ Ikzelf ben groot fan van historische romans (maar niet van Duits, dus ik heb hem lekker in het Nederlands gelezen) en bovendien trok de schets van de hoofdpersoon met het ruiktalent me erg aan, omdat ik zelf ook goed kan ruiken. Al op de eerste pagina werd ik helemaal meegesleept in het ontzettend goed beschreven tijdsdecor en genoot ik van de uitgebreide beschrijvingen van geuren, alsof ik ze zelf waarnam. Alleen Grenouille… ik kan niet zeggen dat hij al meteen mijn hart veroverde, want ik vond hem al een rare snuiter vanaf het moment dat hij geïntroduceerd werd. Toch sprak zijn levensweg me aan; ik was erg benieuwd waar de reis van deze merkwaardige jongen hem uiteindelijk zou brengen.
Ik vond de schrijfstijl van het boek heel interessant, goed leesbaar en origineel en fantasievol, rijk aan diverse personages en settings en met een plot dat zich op interessante wijze bleef ontwikkelen. Maar helaas, en dit is een hele grote maar voor mij, sloeg het halverwege het boek ineens om. De energie, de magie die mij steeds zo had betoverd, de sfeer en de boeiende elementen: het was eruit. Ineens vond ik het saai, ging het me veel te langzaam en kon ik me er maar moeilijk doorheen worstelen. Heel vreemd, maar eigenlijk op het punt dat Grenouille zichzelf écht leerde kennen, werd het saai, langdradig en verloor het boek alle diepgang en geloofwaardigheid. Ineens werd het een thriller in plaats van een prikkelende historische roman. Het einde verpestte het ook echt voor mij, wat begon als een intrigerend soort sprookje veranderde in een horrorverhaal. Erg jammer!
Een boek dat heel mooi begint, maar steeds slechter wordt.

Recensie 2:
Het Parfum Patrick Süskind
Het boek was goed. Zeer goed zelfs. In het begin dacht ik dat het een droge, simpele schrijfstijl zou zijn, maar dat was niet zo! Een mooi voorbeeldje hiervan: ‘Het meisje was inderdaad van exquise schoonheid. Ze hoorde tot dat warmbloedige type vrouwen die als honing zijn, glad en zoet en ontzettend kleverig; die met een stroperig gebaar, eenmaal schudden met hun haar, een langzame zweepslag van hun blik en ruimte beheersen en daarbij rustig als in het oog van een wervelstorm staan, zich kennelijk niet bewust van hun eigen aantrekkingskracht, waarmee ze de hartstocht en ziel van mannen zowel als vrouwen onweerstaanbaar naar zich toe trekken. Ze was jong, bloedjong, de prikkeling van haar type was nog niet smeuïg geworden.’

Grenouille is een jongen die geboren is met een onnatuurlijk scherpe neus. Hij ruikt dingen die wij amper ruiken zoals de geur van glas en nog veel meer. Het is een eigenaardig, bijna psychopathisch type zou ik durven zeggen. Want hij geeft enkel om geuren. Op een dag ruikt hij een geur als geen andere, een geur waarop hij verliefd wordt. Het is een geur van een beeldschoon meisje. Maar Grenouille weet dat iedereen rondom het meisje niet in katzwijm valt omwille van haar schoonheid, maar omwille van haar geur. Grenouille moet deze geur bezitten, niet alleen omdat hij er een obsessie mee heeft, maar ook omdat hij weet dat dit een geur is om de liefde in mensen los te maken. Wat dus machtiger is dan geweld, oorlog, onderdrukking.
En zo begint hij geduldig aan zijn plan. Hij leert de geur van levende dingen afnemen en probeert eerst andere meisjes uit. Algauw verkeert de stad in paniek omdat er steeds meer meisjes op dezelfde manier vermoord worden teruggevonden.
Ik ga vanaf dit punt beginnen vergelijken met de film. Technisch gezien was de film gedoemd om te mislukken, want het is al moeilijk met woorden een geur te beschrijven, laat staan met beelden. En die beschrijvingen waren deels wat het boek zo goed maakte. Ook is het moeilijk om in een film een niet sympathiek hoofdpersonage te hebben. Dat is in een boek niet zo storend omdat je je meer gebonden voelt met hem aangezien je in zijn hoofd zit. In een film zié je gewoon wat die persoon doet. Nog iets: Grenouille is niet een geweldige prater, dus moest alles in de film worden opgevuld met een voice-over om te verklaren wat hij voelde en deed. Terecht, want anders zouden zijn daden compleet willekeurig lijken, maar door die voice-over kreeg de film het gevoel een documentaire te zijn.
De hoofdacteur was in de film een flop. In het boek is hij een afstotelijke jongen die zich klein en onzichtbaar kan maken. In de film is hij een knappe jongen met grote puppy ogen. Het maakt de film een beetje eigenaardig omdat hij zo’n afschuwelijke dingen doet zonder dat je er een zieke persoonlijkheid in kan zien.
Daarbij was de regie slordig. De regisseur liet bijvoorbeeld niet iedereen waarmee Grenouille lang in contact was gebleven doodgaan (zoals in het boek) waardoor de lugubere boodschap helemaal niet overkwam, en men zich zou beginnen afvragen waarom die ene was doodgegaan en die andere niet. Voor de rest had de regisseur eigenlijk helemaal niet zo’n moeilijke taak: het verhaal volgen. Maar neen, te moeilijk, hij kon er niet op vertrouwen. Hij had alles: de juiste setting, de juiste acteurs (buiten dan de hoofdrolspeler, jammer genoeg) en nu moest hij om de één of andere stomme reden er allemaal hollywood elementen in brengen waardoor het een slordige indruk gaf. Het boek is luguber, dus moest de film ook zo zijn. Dat het hoofdpersonage dan niet sympathiek was, lijkt me een element dat de film speciaal had kunnen maken. Misschien had de regisseur er zelfs prijzen voor gekregen. Maar hij wou op veilig spelen en stak er allemaal cheesy elementen in, die gemiddelde kijkers wel aangenaam vinden maar die ik verschrikkelijk storend vind.
Het einde in het boek vond ik geweldig. De climax goed. Voor mij tilde de climax het boek boven andere boeken uit. Ik bedoel, welk boek zou er niet bovenuit springen, als het een orgie op het einde had? Nee, grapje, het einde raakte me omdat het verhaal een emotionele wending kreeg. Grenouille heeft ondertussen zijn ultieme parfum verworven, en staat voor een tribune met meer dan duizend man voor zich. En het parfum werkt: ‘Alleen nog vloeibaar waren de mensen, inwendig opgelost in geest en ziel, nog slechts van amorfe vloeistof en alleen hun hart voelden ze als een wankele brok in hun binnenste zwalken en legden het, iedereen, man of vrouw, onvoorwaardelijk de kleine man in zijn blauwe jas in de hand: ze hadden hem lief.’
Maar op het einde beseft Grenouille dat de geur liefde in mensen kan opwekken, maar niet voor hém. En bovenal leert het parfum hemzelf niet om lief te hebben. Dus op een koude winternacht gaat hij terug naar Parijs, giet het flesje bij een bende zwervers over zich heen. En de zwervers worden uitzinnig, ze willen allemaal een stukje van deze engel. En zo word hij opgegeten. De laatste zin is: “Ze waren buitengewoon trots. Voor het eerst hadden ze iets uit liefde gedaan.” (de zwervers) Het boek begint met een krankzinnig leuk idee: de geur van mensen capteren. Het eindigt met een verbazend diepe ontroering uit me te halen. Ik vind dit een lief boek: Een boek dat mijn verwachtingen vervult, en op het laatste nippertje overstijgt.


Mening

Ik vond het een heel mooi en goed geschreven boek. Ik vind dat Patrick Süskind het geweldig heeft geschreven. Je ziet de wereld rond 1750 helemaal voor je, met de huizen, de mensen met hun leefgewoontes en zelfs de geuren. De geuren spelen een hele belangrijke rol in dit boek. Süskind brengt het heel goed naar voren, niet zodat je het zelf ruikt maar wel zo dat je het je voor kan stellen.
Wat ik ook geweldig vond aan het boek is dat je je in gaat leven en mee gaat voelen met  de hoofdpersoon, die eigenlijk een massa moordenaar is. Hij vermoordt  jonge meisjes alleen omdat ze lekker ruiken. Als je zo iets in de krant zou lezen, zou je ervan walgen. Maar niet in dit boek, hier leef je je echt in in deze massamoordenaar.
Ik was persoonlijk niet zo een fan van het einde van het verhaal. Süskind krijgt het erg goed en knap voor elkaar om een persoon met een gave die eigenlijk niet mogelijk is toch heel goed te laten passen in de omgeving in het verhaal. Het einde echter gaat mij net iets te ver, dit vond ik jammer, maar al met al vond ik het een geweldig boek.

Gedicht

De moordenaar
Toen hij gedaan had wat hij wou,
Begon er in hem een bedroeven
Of hij moest wenen bij een groeve
En nooit meer vrolijk wezen zou.
Vlak naast hem was de vette vrouw,
Nog naakt, zich wassend, of de schande
Met ’t zeepsop droop van hare handen.
Haar ogen waren hard en grauw.
En plotseling had hij zijn mes
In ’t deinen van die buik gestoken
En worgend ’t gillen afgebroken,
Smeet haar in bed als lege fles,
Ging kalm op straat, was blij en krachtig,
En voelde zich tot veel goeds machtig.
Willem de Merode

De titel zegt eigenlijk al genoeg, het gaat over een moordenaar die zonder blikken of blozen of latere spijt een vrouw vermoord.



De vliegeraar 


Auteur:

Khaled Hosseini werd op 4 maart 1965 geboren. Zijn vader was werkzaam bij het Afghaanse ministerie van buitenlandse zaken. Zijn moeder was lerares op een middelbare school voor meisjes in Kabul. In 1973 werd de jongere broer van Khaled geboren. Toen de communisten aan de macht kwamen door middel van een staatsgreep vroeg de hele familie asiel aan in de VS.
In 1984 haalde Khaled Hosseini zijn middelbare school diploma in de Californië, vier jaar later haalde hij zijn bachelor biologie. Vervolgens ging hij geneeskunde studeren aan de Universiteit van San Diego, waar hij zijn titel als Doctor of Medicine verdiende.
Als kind las Hosseini al heel veel, dit is een belangrijke reden waarom hij is gaan schrijven. Zijn herrineringen aan het vreedsame afghanistan waren zijn inspiratie bron voor zijn eerste roman De vliegeraar. Dit boek, dat ook verfilmd is, is een van zijn grootste successen.

Zakelijke informatie:

Auteur:                        Khaled Hosseini
Blz.:                             350 pagina's
Uitgever:                      De Bezige Bij
Datum:                         juli 2009
Overige betrokkenen:  Miebeth van Horn
Taal:                             Nederlands
Oorspronkelijke titel:   The Kite Runner
Afmetingen:                  220x212x137 mm
Gewicht:                        490,00 gram
Inclusief:                        Inclusief kaart
Druk:                              44
ISBN10:                         9023418999
ISBN13:                         9789023418993


Recensies:

Recensie 1:
Goede trucjes
RECENSIE: DE VLIEGERAAR VAN KABUL
woensdag 10 september 2003 / door: Els Bertens
Het is een truc, maar in dit geval wel een goede. Het boek De vliegeraar van Kabul begint met de volgende zin: Op mijn twaalfde ben ik geworden wat ik nu ben, op een kille bewolkte dag in de winter van 1975. Schrijver Khaled Hosseini vertelt het verhaal van de Afghaanse Amir, diens jeugd in Kabul, de vlucht naar de Verenigde Staten en diens uiteindelijke terugkeer naar zijn land, dat dan door de Taliban geregeerd wordt.

In de eerste tien hoofdstukken lezen we over de vriendschap tussen de jongens Amir en Hassan in Kabul. Amir is een Pahstun, een afstammeling van de Moguls, terwijl Hassan, een jongen met een hazenlip, een mindere Hazara is. Het is voor Amir dan ook vanzelfsprekend dat ze bevriend zijn, maar dat Hassan zijn ontbijt, zijn kleding en zijn veiligheid verzorgt. Het is meteen duidelijk dat deze ongelijke vriendschap uiteindelijk op scherp zal komen te staan. Dat gebeurt dan ook: de trouwe Hassan wordt door Amir op een zoektocht gestuurd naar een vlieger, waarmee Amir de gunsten van zijn vader hoopt te herwinnen. Hassan vindt de vlieger, maar wordt vervolgens belaagd door enkele jongens, die hem zijn vlieger willen afpakken. Terwijl de jongens Hassan aftuigen ziet Amir het gebeuren, maar hij heeft de moed niet in te grijpen. Zich schamend voor zijn eigen lafheid besluit hij Hassan de rug toe te keren: hij wil niet langer elke dag met zijn eigen onvermogen geconfronteerd worden.

Meesterschilder
Het is het prachtige verhaal van een vriendschap die stukgaat, maar het is meer dan dat. Schrijver Hosseini vangt de couleur locale van het vredige Kabul van de jaren ’70 in schitterende taal en bijzonder indrukwekkende beschrijvingen. Grootse verjaardagsfeesten en winterse vliegerwedstrijden, dingen die je als westerling nog nooit gezien hebt, staan je plotseling levendig voor de geest. Hosseini is een meesterschilder.
De roman had kunnen eindigen na de eerste tien hoofdstukken over vriendschap en verraad. Maar het gaat verder. Amir en zijn vader vluchten na de inval van de Russen naar Amerika. Het verhaal gaat nu over hun band. In hun thuisland Afghanistan waren ze vreemden voor elkaar, maar hier groeien de jonge en de oude man naar elkaar toe. Hosseini beschrijft opnieuw met verve hun bezigheden als rommelmarkthandelaren, en schetst de toenadering tussen Amir en Baba subtiel, meer in beelden dan in woorden. Wanneer de oude Baba sterft druipt Amirs verdriet over de man die eindelijk zijn vader is geworden van de pagina’s.

Laatste akte
Ook na de dood van Amirs vader had het boek uit kunnen zijn, maar Hosseini voegt er nog een laatste akte aan toe, die echter wat minder mooi is dan de voorgaande twee. Amir gaat terug naar Afghanistan om daar zijn stervende oom te bezoeken. Die oom herinnert hem aan de vriendschap met Amir: Hassan heeft hem verteld wat er gebeurd is en Amir krijgt een kans om goed te maken wat hij fout gedaan heeft. Dat resulteert in een gevaarlijke onderneming in het land van de Taliban, waar mensen in voetbalstadia, tijdens de rust, gestenigd worden.
De boetetocht van Amir is een loutering waarin allerlei eerder aangehaalde thema’s en motieven terugkomen. Soms ligt het er wat te dik bovenop, zoals wanneer Amir in elkaar geslagen wordt en daar een hazenlip aan overhoudt. De parallel met Hassan kan niet gemist worden. Een aantal toevalligheden zijn ook niet geloofwaardig. Amir komt op een willekeurige straathoek een bedelaar tegen die zijn moeder nog heeft gekend. Uiteindelijk komt het allemaal neer op een levenswijsheid van Baba. Diefstal is de enige zonde:
‘Als je iemand vermoordt, steel je een leven,’ zei Baba. ‘Je steelt het recht van zijn vrouw op een echtgenoot, berooft zijn kinderen van een vader. Als je een leugen vertelt, steel je iemands recht op de waarheid. Als je iemand bedriegt, steek je zijn recht op een rechtvaardige behandeling. Kun je dat volgen?’
Niet alleen Amir is een dief, ook zijn vader leeft niet met een zuiver geweten. Tijdens zijn tocht door het verwoeste Afghanistan komt Amir daar achter. Hij leert ook wat er met Hassan gebeurd is en na een beklemmende en aangrijpende climax, een ontmoeting met één van Hassans vroegere kwelgeesten (toeval!), verandert Amir in een beter mens. Hij is geen dief meer, maar een redder. Dat Hosseini vervolgens nog twee hoofdstukken gebruikt om alle, maar dan ook alle losse eindjes aan elkaar te knopen om vervolgens tot een wat zoet happy end te komen, mag hem vergeven worden.
Streekromanhuisvrouwen
Ondanks de soms wat knullig dik opgelegde symboliek is De vliegeraar van Kabuleen verbijsterend mooi boek. Het is een ontroerend, ongekunsteld en prachtig mooi boek dat je in één adem uit kunt lezen. Geschikt voor zowel streekromanhuisvrouwen als literatuurvreters is De vliegeraar van Kabul een boek dat een plaatsje in de kast verdient.




Recensie 2:
Schuld en boete in ‘De vliegeraar’
Romans kunnen soms een onuitwisbare indruk op je maken. Romans die een verhaal vertellen waarin iedereen zich met de personages kan vereenzelvigen, waarin iedereen een stuk van zichzelf herkent en de grote thema’s van het menselijk bestaan in worden weergegeven getuigen van wereldliteratuur. Zo’n boek is ‘De vliegeraar’ van Khaled Hosseini.
Emoties
Zelden ben ik zo ontroerd geweest tijdens het lezen van een roman als bij het verhaal van twee Afghaanse jongens van verschillende etnische afkomst met toch een bijzondere band in ‘De vliegeraar’ van Khaled Hosseini. Als je door je emoties wordt meegesleept bij het lezen van een boek weet je dat de schrijver in zijn opzet is geslaagd: hij heeft je geraakt, tot inleving gebracht en je aan het denken gezet en dat zijn de kenmerken van grote literatuur.

Een verhaal van vriendschap
De basis van een boeiend verhaal is van in den beginne in ‘De vliegeraar’ aanwezig: in de intense vriendschap tussen twee jongens in het pre-Taliban Afghanistan heerst een zekere spanning omdat de ene, Amir, tot de Pashtun-gemeenschap behoort, tot de ‘echte’ Afghanen en de andere, Hassan, zoon van een Hazara, tot een gediscrimineerde minderheidsgroep. Hassans vriendschap voor Amir is gul en onvoorwaardelijk terwijl deze van Amir eerder gereserveerd is omdat ze ingaat tegen de geplogenheden in Afghanistan en als onkies wordt beschouwd. Symbool van de vriendschap is het samen ‘vliegeren’, het winnen van een wedstrijd voor ‘vliegers’, het hoogste goed voor een Afghaanse jongen, waarbij de ene vlieger de andere neerhaalt met de glasdraad waaraan ze opgelaten worden tot er na een hele dag strijd nog slecht één overblijft. Door een ingrijpende gebeurtenis de avond dat Amid de wedstrijd heeft gewonnen ontstaat er een verkoeling in de vriendschap en ontwikkelt zich een schuldgevoel bij de jonge Pashtun.

Vanuit Amerika, naar waar Amid en zijn familie zijn verhuisd na de overname van de macht door een communistisch regime, kijkt Amid met weemoed terug op die afgelopen vriendschap, maar met de dood van zijn vader, met wie hij nooit echt een innige vader-zoon band heeft kunnen opbouwen, biedt zich onverwacht een gelegenheid aan om de schuld tegenover zijn jeugdvriend af te lossen. Daarvoor zal hij echter door de hel moeten gaan.




Thema
Dostojevski’s ‘Misdaad en straf’ is het verhaal van een misdadiger die na verloop van tijd wroeging krijgt vanwege de moorden die hij gepleegd heeft en ervan overtuigd geraakt dat hij zal moeten boete doen. Het is het referentieboek voor het ‘schuld en boete’-thema dat in zovele romans is terug te vinden.

Schuld en boete is het overheersende thema in Hosseini’s beklijvende roman die je beduusd en verweesd achterlaat, maar toch een glimp van hoop biedt. ‘De vliegeraar’ is een van die romans die je doet reflecteren over de fouten die je in je leven maakt, die je blijven achtervolgen en je leven bepalen en die soms o zo moeilijk te herstellen zijn. ‘De vliegeraar’ is een van die romans die je helemaal ondersteboven haalt, je tot in de diepste vezels van jezelf raakt en je doet beseffen dat één verkeerde beslissing invloed heeft op het verdere verloop van je leven. ‘De vliegeraar’ is een van die romans die het wezen van ons bestaan onder woorden brengt en miljoenen mensen heeft beroerd (wereldwijd negen miljoen verkochte exemplaren).

Mening:

Ik vind het een erg mooi verhaal en heb het hierom ook graag gelezen. De combinatie tussen de vriendschap en het verraad tussen de twee Afghaanse jongens en het Afghanistan dat je geschetst krijgt vind ik erg mooi. Vriendschap en verraad is iets dat ook hier in Nederland gebeurt, je maakt het zelf mee, het is iets heel universeels. Ik vond het mooi hoe Hosseini laat zien hoe grote impact vriendschap en verraad kunnen hebben op de rest van je leven. Amir gaat na het verraden van zijn trouwe vriend de rest van zijn leven gebukt onder een enorm schuldgevoel waar hij uiteindelijk bijna bereid voor is om te sterven om het recht te zetten als dat ook maar een beetje mogelijk is.
Afghanistan is iets dat je alleen van het nieuws kent als oorlogsgebied waar je niet wil wezen. Ik vond het hierom ook intrigerend om het Afghanistan in vrede en rust voor me te zien, in het begin van het boek, een land waar twee vrienden in vrede opgroeien. Je gaat je een beetje voorstellen hoe het moet zijn om je eigen land zo verscheurd te zien worden. Er zijn natuurlijk heel veel Afghanen die helemaal niks kwaadaardigs in de zin hebben, voor hen moet het vreselijk zijn om je eigen land zo te zien sterven. Dit vond ik dus een heel sterk punt van het boek.
Wat ik minder vond was dat het de hele verhaallijn voor mij vrij voorspelbaar was, dit vind ik jammer in een verhaal, ik houd er van om verrast te worden. Dit was bij dit boek niet het geval. Maar in het totaal vond ik het heel erg de moeite waard om te lezen.

Gedicht

VAN MIJN GEDACHTEN BEN JIJ STEEDS DE RUITER
van mijn gedachten ben jij steeds de ruiter,
jouw stilte is een web waarin ik sluimer
en al jouw spreken is veelzijdig zwijgen.
laten wij langzaam in elkander stijgen.

laten wij taal van elke klank ontruimen
en zo volbrengen wat wij steeds verzuimden:
een reis aanvangen naar hetzelfde zwijgen
waar echo’s in gedempte woorden dreigen.

dit wordt een filter over de geluiden
die heersen in de kelen van wie huilen.
wie spreken durft, wordt van zijn stem onteigend.

dit wordt een uitroepteken in de ruimte
waar woorden voor het eerst hun klank verkrijgen.
dit wordt een vuist van ingehouden hijgen.
Schrijver: Neeltje Maria Min


Dit gedicht gaat over vriendschap, het past bij de tijd dat Amirr en Hassan nog onafscheidelijke vrienden waren.



Bronnen:

http://www.myrthevdmeer.nl/
http://www.ingeleest.nl/about/
https://nl.wikipedia.org/wiki/Patrick_S%C3%BCskind
http://www.volkskrant.nl/zoeken/?s=PAAZ
http://www.hebban.nl/boeken/paaz-myrthe-van-der-meer
http://dizzie.nl/boek/paaz-9789044336672
https://en.wikipedia.org/wiki/Patrick_S%C3%BCskind
http://www.nadelunch.com/cultuur/boeken/patrick-suskind-het-parfum-een-verhaal-waar-een-luchtje-aan-zit/
http://8weekly.nl/recensie/boeken/khaled-hosseini-de-vliegeraar-van-kabul-goede-trucjes/
http://recensies.infonu.nl/kunst-en-cultuur/59683-schuld-en-boete-in-de-vliegeraar.html
http://www.bol.com/nl/p/het-parfum/1001004002844799/
http://www.gedichten.nl/

Eigen sonnet

Als we al het voedsel zouden verdelen,
zou de honger dan verdwijnen?
Zou de roep om eten uit vele kelen,
verstommen, verschil verkleinen?

Als we onze medemens zouden helpen?
Zou ellende misschien stoppen?
Zouden we dan het bloeden kunnen stelpen?
Zou de wereld beter kloppen?

Maar we willen helemaal niet verdelen.
want we willen steeds maar meer,
omdat wat we al hebben gaat vervelen.

En zo blijkt dus steeds maar weer
dat het ons eigenlijk geen zier kan schelen.
Die honger doet ons geen zeer.