Vraag 1 Het
boek 'De verdronkene' heeft twee motto’s.
1. Het
is alsof de tijd niet meer recht voor ons uitloopt, in een vervagende lijn,
maar als
een bochtige draad parallel
tussen ons in.
( William Faulkner, Uit:
“Terwijl ik op sterven lag”)
2. Es
bellen die Hunde, es rasseln die Ketten, Die Menschen schlafen in ihren Betten
(Wilhelm Müller/Frans
Schubert, Uit: “Winterreise”)
a.
Breng
het eerste motto in verband met het boek.
Je zou het verband kunnen
leggen tussen dit motto en de manier waarop het boek verteld is, het boek gaat voortdurend
heen en weer tussen Lidy en Armanda en daar zit een groot tijdverschil in.
Het zou ook kunnen verwijzen
naar het feit dat Armanda het gevoel heeft dat zij de plaats van Lidy moet
innemen.
b.
Leg
vervolgens een verbinding tussen het tweede motto en het boek.
Dit motto verwijst naar het
feit dat hoewel er een enorme ramp nadert haast niemand zich hier wat van aan
trekt. Iedereen denk dat het wel los zal lopen dus gaan ze gewoon slapen.
Vraag 2 'De
verdronkene' is opgebouwd als een klassiek drama in vijf delen. Ook de
klaagliederen waaruit de
predikant citeert tijdens de rouwdienst van Lidy, bestaan uit
vijf liederen.
Klaaglied 1: Het bittere lot
van de stad Jeruzalem, rouw om de eenzame, troosteloze en
verwoeste stad.
a.
Geef
aan hoe al in deel 1 ‘Het weekenduitstapje’ het bittere lot wordt geschetst
dat zich voltrekt voor Lidy, Armanda en de provincie Zeeland?
De verteller en de lezer weten
al wat er staat te gebeuren maar de hoofdpersonen nog niet. Je hebt als lezer
dus al een goed idee van wat er staat te gebeuren en weet ook dat het haast
niet goed kan aflopen.
b.
In
hoeverre kun je de ontkenning van Armanda dat zij Lidy heeft aangespoord
naar
Zeeland te gaan, zien als een vorm van verraad?
Ze liegt en dat doet ze omdat
ze zich schuldig voelt, schuldig over het feit dat ze jaloers was op het leven
van Lidy. En omdat ze het zich eigenlijk zelf aanrekent dat Lidy dood is, als
zij niet zo had gezeurd dan leefde haar zus nu nog.
Vraag 3
Klaaglied 2: Woede, overzicht van de verwoesting en de kwade reactie hierop.
a.
Hoe
uit zich de wanhoop en rouw om het bittere lot van Lidy bij haar man
Sjoerd?
Hij ziet zijn wereld instorten
en zoekt iemand om op te steunen. Die iemand is Armanda, maar als hij zijn wereld
weer op orde heeft ziet hij dat Armanda niet de gene is waar hij lang en
gelukkig mee gaat leven dus verlaat hij haar.
b.
Welke
reactie herken je bij de visite op de verjaardag van Armanda’s moeder?
De reactie van de oom van
Armanda. Hij vindt het belachelijk dat er daar zo nonchalant met de omstandigheden
is omgegaan. Als ze daar beter hadden opgelet en beter hadden geluisterd leefde
zijn kleine nichtje misschien nog wel.
Ik vind het ook heel gek dat
er zo weinig actie werd ondernomen, het was redelijk duidelijk dat het water
gevaarlijk hoog zou komen, hoger dan het ooit had gestaan. En toch deed niemand
wat.
Vraag 4 Wat
een bevrijding zou moeten zijn, wordt een keurslijf. Als ze samen trouwfoto’s
bekijken, merkt Armanda’s
moeder op dat de opgewektheid haar dochter heeft verlaten.
Waaruit bestaat Armanda’s keurslijf?
Armanda’s keurslijf bestaat
uit het Lidy willen zijn. Ze denkt dat ze het leven van haar zus moet overnemen,
omdat zij zich deels schuldig voelt over de dood van haar zus. Ze voelt zich
dus niet haar zelf.
Vraag 5
Klaaglied 5: Aanvaarding, afsluitende smeekbede om herstel; gebed om mededogen.
Interpreteer het ‘Responsorium’, waarbij je je laat inspireren door
enkele regels uit het
motto dat hieraan voorafgaat: “Drijft nu de stroom van mijn gedachten /
Door ’t ledige
ruim van mijn geest / Ze ontmoeten geen tegenstand meer.”
Het verwijst naar de laatste
momenten van Lidy die weet dat ze nooit meer thuis zal komen. Maar ook naar de
laatste periode van Armada’s leven waar ze geaccepteerd heeft dat haar leven er
uit ziet zoals het er uitziet.
RECENSIEOPDRACHT:
lees eerst de bijgevoegde recensie goed door.
a. Hoe denkt de recensent(e) over het boek “De
verdronkene”?
Arjan Peters vindt het een op
een aparte manier geschreven en verteld boek, maar wel een mooie aparte manier.
‘’Er hoeft maar dát te gebeuren, of de grond onder je voeten verandert in een
moeras. Vaste grond bestaat niet’’.
b. Met welke argumenten ondersteunt hij(zij)
zijn(haar) standpunt?
‘’Er hoeft maar dát te
gebeuren, of de grond onder je voeten verandert in een moeras. Vaste grond
bestaat niet’’
c.
Vergelijk
jouw mening met die van de recensent(e).
Noteer verschillen en overeenkomsten.
Ik vind ook dat het boek op
een aparte manier is beschreven, maar het was voor mij soms te langdradig om
lekker te kunnen lezen. Ik vond het wel een mooi en interessant verhaal, ook
dacht ik dat het verhaal een redelijk goed beeld gaf van hoe het er echt aan
toe moet zijn gegaan. Dus al met al een mooi boek maar soms een beetje saai.
Keuzenopdrachten:
K1 “Alsem en vergif! zolang de ziel dit
gedenkt, buigt ze zich neder in mij!” of “Vaak denk
ik aan die bitterheid en het
lijden. Ik zal deze vreselijke jaren nooit meer vergeten: mijn
ziel zal
altijd in de diepste droefheid blijven leven”
Hoe zijn onderstaande thema’s
uit de “Klaagliederen” herhaald, bewerkt en toegesneden op het speciale geval
van “De verdronkene”?
a.
Het
bittere lot en de verwoesting
De overstroming in Zeeland
verwoest een landschap, maar ook verwoest het vele levens van mens en dier. En
niet alleen het leven van velen Zeelanders verandert voor altijd, maar ook het
leven van mensen die familie en vrienden daar hebben. Als voorbeeld Lidy en
haar familie: Lidy sterft door de overstroming en dit heeft grote gevolgen voor
haar familie en in het bijzonder voor haar zus Armanda.
b.
Wanhoop
en rouw
Als de familie van Lidy het vreselijke
nieuws hoort over de enorme overstroming slaat de wanhoop toe: leeft ze nog of
niet? Na een paar dagen wordt het duidelijk dat ze waarschijnlijk dood is en
dan komt er een periode van rouw.
c.
Het
verraad met een diep gevoelde schuld en schaamte
Armanda heeft het gevoel dat
het haar schuld is en dat zij Lidy en haar familie heeft verraden.
d. Het vertrouwen en de aanvaarding
Armanda
vertrouwt Sjoerd in hun relatie wat later onterecht blijkt te zijn.
De familie en vrienden
aanvaarden dat Lidy dood is, ze moeten verder leven.
K2 Bedenk
vier andere goede titels voor het boek.
Ga daarbij
als volgt te werk:
a.
Bedenk
eerst waaraan een goede titel moet voldoen.
Het moet je nieuwsgierig maken
en je aansporen om het boek te gaan lezen. Ook moet het natuurlijk te maken
hebben met het boek.
b.
Noteer
de vier titel.
-
Iemand anders’ leven
-
75 jaar in 36 uur
-
Een nieuw leven
-
1953
c.
Leg
voor elke titel uit waarom die goed bij het boek past
Breng die titels dus steeds in verband met
het thema en motieven van het boek.
-
Iemand anders’ leven:
Als Lidy dood is neemt Armanda
het leven van haar zus in, op wie ze eigenlijk altijd jaloers is geweest.
-
75 jaar in 36 uur:
Het boek is verdeeld in twee
verhalen, dat van Lidy in Zeeland en dat van Armanda in Amsterdam. Je gaat
steeds heen en weer tussen deze twee verhalen. Het verhaal van Lidy duurt 36
uur, dat van Armanda duurt 75 jaar.
-
Een nieuw leven:
Als Lidy dood is neemt Armanda
het leven van haar oudere zus over. Dit is lang niet altijd leuk en makkelijk
maar zij vindt dat ze het moet doen.
-
1953:
In 1953 was de grote watersnoodramp
in Zeeland.
K3 Ga op zoek
naar twee gedichten die goed passen bij het boek.
a. Neem deze
gedichten op in je verslag.
Herdenking
stormvloed 1953
eindeloze rijen
geesten van boer en gezin
trekken via een beeldscherm aan onze ogen voorbij
trekken via een beeldscherm aan onze ogen voorbij
opnieuw storten
duizenden huizen en boerderijen in
drijven koeien en
paarden ondersteboven over hun wei
weer welt het oude
verdriet in mij op
als ik denk aan
die klauwende kinderhand
en zie ik die angst in de ogen van een koeienkop
en zie ik die angst in de ogen van een koeienkop
wanneer heel de
kudde door de zee wordt overmand
hoor ik klagend
gehinnik van een paard in nood
voel ik water dat
voortraast door straten
schreeuwt één nieuw leven temidden van dood
schreeuwt één nieuw leven temidden van dood
weet ik dat nog
steeds mensen vechten tegen dijken vol gaten
De ramp!
Doorbrekende
dijken
Onder druk van
woeste golven
Mensen vrezend
voor hun leven
Huizen door water
verzwolgen
Bij velen nog vers
in het geheugen
Hoe wind en water
toesloegen
Golven dreunend
tegen muren
En hierdoor mensen
verjoegen
Een terugblik in
de tijd
Naar het
meedogenloze water
Vele mensen
verloren de strijd
Daarom deze
herdenking, 50 jaar later
(ik heb dit
geschreven naar aanleiding van de Watersnoodramp op 1 februari 1953.. ik woon
in het dorp dat het meest getroffen is!)
- adelief -
b.
Zeg in
eigen woorden wat er in de gedichten staat.
Herdenking stormvloed 1953: iemand
die terugkijkt naar wat die gene heeft meegemaakt doet zijn verhaal in een gedicht, een gedicht
over de vele levens die op brute wijzen zijn genomen door de zee.
De ramp!: iemand die de ramp
zelf niet heeft meegemaakt maar wel de enorme gevolgen ervan heeft mee gekregen
laat met een gedicht zien hoe belangrijke de jaarlijkse herdenking is.
c.
Noteer
zeker vijf overeenkomsten tussen het gedicht en het boek.
-
Het laat duidelijk zien hoe erg het moet zijn
geweest.
-
Het maakt goed duidelijk dat de jaarlijkse
herdenking toch heel belangrijk is.
-
Je ziet dat er ontzettend veel mensen op een meedogenloze
manier het leven lieten.
-
Dat het voor veel mensen nog steeds invloed
heeft op het dagelijks leven en dat het nog vers in het geheugen staat.
-
Dat we er alles aan moeten doen om een zelfde
soort ramp koste wat het kost te voorkomen.